Features

In Kenia zijn kamelen de nieuwe melkkoe

 

Door klimaatverandering wordt Kenia droger.
Keniaanse veehouders stappen daarom over op kamelen.
De dieren kunnen lang zonder water en
leveren goed betaalde ‘supermelk’.

Een schroeiende zon en eindeloze dorre vlaktes. Op het eerste gezicht is er verder weinig te bekennen in de velden bij Isiolo, een provinciestadje zo’n vijf uur ten noorden van Nairobi, de hoofdstad van Kenia. De lichtbruine kamelen van Mariam Maalim (45) vinden er echter toch wat te eten. Smakelijk knabbelen ze aan prikkelbosjes met reusachtige naalden terwijl de houten bellen om hun halzen zachtjes rinkelen.

“Eerder hielden mijn man en ik bijna honderd koeien, maar tijdens de droge periodes, die steeds vaker voorkomen, gaven de dieren geen melk meer en gingen er jaarlijks zelfs tientallen dood,” vertelt Maalim terwijl ze in haar lange blauwe hidjab tussen de hoogpotige dieren doorwandelt. Zij en haar echtgenoot besloten op kamelen over te stappen, die twee weken zonder water kunnen, grote afstanden kunnen overbruggen op zoek naar voedsel en ook tijdens droogte melk blijven geven.

‘Camelcino’ is hot

“Bij ernstige droogte verliest een veehouder ge- middeld de helft van zijn koeien, bij een kamelenkudde is dat meestal niet meer dan 16 procent,” vertelt Piers Simpkin, die al meer dan dertig jaar onderzoek doet naar het ‘schip van de woestijn’. Ook de hoge prijs van hun melk maakt de dieren aantrekkelijk. “Ontvang je voor koeienmelk zo’n 18 eurocent per liter, voor kamelenmelk is dat met één euro per liter meer dan vijf keer zo veel,” zegt Simpkin.

Kamelen zijn big business in Kenia. Het aantal kamelen is de afgelopen tien jaar ruim verdrievoudigd en ging van 920.000 naar 3 miljoen. Sommigen spreken daarom van een ware camel rush.

Aan die groei ligt niet alleen hun grote droogtebestendigheid ten grondslag. In Kenia en de rest van de wereld neemt de vraag naar kamelenmelk toe. In Kenia is de flinke Somalische gemeenschap in Nairobi een goede afzetmarkt en kun je in verschillende koffiebarretjes in de stad tegenwoordig terecht voor een camelcino, een cappuccino met kamelenmelk. In Dubai wordt van de melk kamelenijs en kamelenchocola geproduceerd. En wereldwijd drinken steeds meer gezondheidsfanaten de ietwat zoutige ‘supermelk’ vanwege de hoge gezondheidswaarde die eraan wordt toegekend: kamelenmelk bevat veel ijzer, veel vitamine B en driemaal zoveel vitamine C als koemelk en zou bovendien een geneeskrachtige werking hebben voor mensen met diabetes, tuberculose en maagzweren.

Volgens de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, kan de wereldwijde kamelenmelkindustrie – met meer investeringen en betere verpakkingen – zelfs een omzet van 10 miljard dollar (bijna 9,5 miljard euro) per jaar gaan opleveren.

Zelfs sommige leden van de conservatieve Masai – het nomadische volk dat altijd zo gehecht was aan zijn koeien – beginnen nu kamelen te houden. “Met kamelen heb je altijd melk in huis,” zegt Olé Nkiu (54) opgewekt. Acht jaar ge- leden kocht hij vijf kamelen nadat bij een ernstige droogte de helft van zijn 190 koeien was gestorven. De Masai, met een traditionele rood geblokte deken om zijn schouders, gebruikt zijn ‘supersterke’ kamelen ook als trekdier. “Ik zette ze in bij de aanleg van een dam waarmee ik nu water opsla,” vertelt Nkiu, terwijl hij samen met zijn broer Samuel Maya een kameel inspant en er een metalen bak achter hangt waarmee ze mest verzamelen.

 

De dieren bezorgen de veehouders echter ook onverwachte uitdagingen. Zo planten ze zich langzamer voort dan koeien – ze hebben een draagtijd van dertien maanden (koeien negen maanden) en krijgen maar één kalf per keer. Darnaast is het hoeden van de kamelen lastiger. “Waar koeien uit zichzelf naar huis terugkeren, moeten de moeilijk bij te benen kamelen, omdat ze in korte tijd veel kilometers afleggen en stug doorlopen, echt worden gehoed,” zeggen de twee Masai, die daarom speciale herders voor hun kamelen hebben ingehuurd.

Ook niet alle Masai zijn even gecharmeerd van kamelen. “Enkele jaren geleden trokken Somalische immigranten met kamelen naar ons gebied. Omdat we daarna werden getroffen door ernstige droogte, geloven nu veel Masai dat de dieren juist droogte veroorzaken,” zegt Maya.

Ook vrezen sommige Masai dat hun koeien door de kamelen niet meer voldoende eten zullen hebben. Volgens kamelenexpert Simpkin is dat niet zo. “Omdat koeien en kamelen verschillende vegetatie eten, kunnen ze juist erg goed naast elkaar leven.”

Koeltank van ontwikkelingsgeld

Isiolo is ondertussen uitgegroeid tot een ware kamelenhub. Maalim en zo’n dertig andere vrouwen brengen dagelijks inmiddels ongeveer 5000 liter kamelenmelk naar een verzamelpunt in het centrum van het provinciestadje. De vrouwen krijgen steun van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV, die een melkkoeltank voor hen heeft gefinancierd. “Dankzij de melkopbrengsten kan ik mijn acht kinderen naar school sturen en gaat eentje zelfs naar de universiteit,” vertelt Maalim terwijl ze haar gele jerrycans vol kamelenmelk inlevert.

Nu nog gaat de melk in laadruimtes van passagiersbussen naar Nairobi. Maar omdat het ‘witte goud’ soms wordt gestolen en bij buspech achterblijf en bederft, willen de vrouwen met een lening een eigen koeltruck kopen. “Ook willen we yoghurt maken, de producten verpakken en naar Somalië gaan exporteren,” zegt de Keniaanse, die er lachend aan toevoegt dat bij Isiolo onlangs een internationaal vliegveld is geopend dat exporteren makkelijker maakt. “Dankzij kamelenmelk gaan we een mooie toekomst tegemoet.”

 

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Het Parool, op 10 april 2017